Ingrid Klimke over teamgeest en de weg naar de overwinning

Justus Böckmann in gesprek met Ingrid Klimke

Ingrid, je hebt alles gewonnen, je bent olympisch kampioen, Duits kampioen, wereldkampioen, Europees kampioen. Hoe belangrijk is het team achter de schermen om ervoor te zorgen dat alles echt goed verloopt?

We hebben bij ons de slogan, en die leven we ook echt na: "Als team zijn we onverslaanbaar". Het liefst zou ik bij de prijsuitreiking altijd iedereen mee naar voren nemen, want ik sta daar dan wel alleen met die grote rozet, maar ik heb het wel aan het hele team te danken. Ik heb echt een geweldig team waarin iedereen zijn steentje bijdraagt en we het al vele jaren heel goed met elkaar kunnen vinden.

En hoe belangrijk is goed functionerend materiaal?

In de loop der jaren is wel duidelijk geworden wat er in het dagelijks leven echt werkt. Zonder topmateriaal kun je geen topprestaties leveren. Het mag in ieder geval niet aan de uitrusting liggen. Mijn geluk is dat Carmen Thiemann en ik in 1998 samen voor onszelf zijn begonnen. We kennen elkaar al zo lang dat we nauwelijks nog hoeven te praten – we hebben onze vaste routines, kijken elkaar aan en iedereen weet wat er moet gebeuren. We zijn volledig op elkaar ingespeeld en gaan ook altijd samen naar de wedstrijden.

Over onderweg zijn gesproken: hoe belangrijk is een ontspannen heenreis naar een wedstrijd voor het uiteindelijke succes?

Dat is cruciaal. Als je al aankomt en de paarden zijn nerveus, hebben de reis niet goed doorstaan of je bent zelf al helemaal uitgeput omdat er onderweg van alles misging, dan wordt het heel moeilijk om je volledig op het paard te focussen.

Dat betekent dus dat het transport een doorslaggevende rol speelt bij een geslaagd concours en uiteindelijk ook bijdraagt aan het succes.

Absoluut. We rijden immers ook veel naar trainingen. Dan is het een groot voordeel als het voertuig altijd al helemaal startklaar staat en we alleen nog maar de paarden hoeven in te laden en weg te rijden. Als er aan alle details is gedacht, hoef je niet elke keer weer opnieuw alles te bedenken.

Jouw motto luidt: "Rijd met plezier." Wij zouden daarvan maken: "Reis met plezier." Passend daarbij viert Böckmann dit jaar haar 70-jarige jubileum. Wat verbindt jou met het merk?

De eerste vrachtwagen van mijn vader was al een Böckmann – die had nog zo'n hele hoge klep. Danach kocht hij een nieuwe die al een lagere klep had. Dat was een heel andere standaard. Er is tussendoor wel eens over nagedacht om iets anders te proberen, maar nee, het werd telkens weer een Böckmann. Tegenwoordig heb ik het grote geluk met jullie samen te werken en rijd ik met jullie Master en de Compact. Het is zo'n fijn gevoel om met een hoogwaardig voertuig onderweg te zijn waarvan je weet dat het veilig is, goed doordacht en perfect functioneert.

Dat doet ons natuurlijk goed om te horen dat alles soepel verloopt. Vooral op wedstrijden, waar het er echt om spant en je je volledige concentratie nodig hebt. Je behoort tot de wereldtop in zowel de dressuur als de eventing. Heb je een andere mindset als je voor de dressuurring staat in vergelijking met de startlijn van de cross-country?

Ja, toch wel. Ik kon nooit kiezen en heb beide disciplines van jongs af aan gedaan. Voor mij zijn het twee totaal verschillende sporten. In de dressuurring draait het om precisie en perfectie, in de cross moet je snel zijn, goede reflexen hebben en een echte vechtersmentaliteit tonen.

Is het voor jou een verschil of je naar een dressuur- of een eventingwedstrijd gaat? Pak je anders in?

Oh ja! Bij dressuurwedstrijden heb je je slipjas, cilinderhoed en de mooie witte zadeldekjes bij je. Bij een eventingwedstrijd horen: een veiligheidsvest, helm, stopwatch en de kalkentas – en dan natuurlijk nog eens alles voor het paard. We hebben als het ware een eventingkist die zo goed als startklaar is ingepakt. Daar zit alles in, behalve het zadel en het hoofdstel, en die zetten we er gewoon in.

Je staat er ook om bekend dat je jonge paarden ontdekt. Is dat een buikgevoel?

Mijn motto is eigenlijk: hoe langer ik rijd, hoe minder ik weet. Ik ben voorzichtig geworden. Vroeger dacht ik dat ik het potentieel na twee of drie sprongen wel kon zien. Tegenwoordig zeg ik: "Laten we afwachten." Het karakter en de instelling spelen een enorme rol, en die vormen zich pas in de loop der tijd.

Hoe laat je jonge paarden wennen aan het transport?

Ik neem graag eerst een ervaren paard mee dat heel routineus naar binnen loopt en zet er een jong paard naast. In het begin rijd ik alleen een rondje om de kerk, waarna ze er direct weer uitgaan. En ze krijgen voer in de trailer. Zo merken ze dat het een fijne, ontspannen plek is.

Is er een favoriete feature aan jouw Böckmann Master?

Ik ben altijd heel blij met het kleine opstapje als opstaphulp, omdat ik niet zo groot ben. Dan ben ik altijd erg blij dat ik zo makkelijk op het paard kan komen. De achterklep is ook heel licht, zodat je bijna geen kracht meer nodig hebt om hem te sluiten. En het feit dat de paarden door het lichte interieur zo'n fijne, lichte atmosfeer hebben dat ze er graag in gaan.

Nu hebben we een aantal veiligheidsfeatures die je hopelijk nooit nodig hebt, maar waar je wel blij mee bent als je ze hebt – zoals het Multi-Safe-System om de borstbalken in noodgevallen van buitenaf los te kunnen maken. Heb je zoiets wel eens moeten gebruiken?

Ja, dat heb ik inderdaad al eens moeten gebruiken. Ik had een jong paard dat over de borstbalk heen was gesprongen en daar vast kwam te zitten. Toen was ik heel blij dat ik dat van buitenaf kon openmaken, zodat het paard bevrijd kon worden. Dat was echt super.

Je hebt alles gewonnen wat er te winnen valt. Wat drijft je vandaag de dag nog?

Heel eerlijk, het zijn niet de medailles. Het is het plezier in het dagelijkse werk met de paarden. Als een jong paard iets begrijpt en met plezier meedoet, is dat het grootste geluk. Of oudere paarden zo trainen en vormen dat ze als dansers onder het zadel worden – daar word ik gelukkig van.

Als je met de schat aan ervaring die je de afgelopen jaren hebt opgebouwd, jonge ruiters van de volgende generatie iets zou willen meegeven, welk advies zou dat dan zijn?

Geduld. Geduld met de paarden en ook met jezelf. Niet alles lukt van de ene op de andere dag. En daarnaast plezier in wat je doet. En nederigheid. Er zijn altijd wel eens tegenslagen en dan moet je gewoon zeggen: "Schouders eronder en doorgaan." Dan komt er vanzelf weer een hoogtepunt. Het belangrijkste is dat je telkens weer opstaat.

Meer interessante artikelen